Ik mis mijn reis. Herinneringen aan plaatsten en gebeurtenissen maken me zacht. Waarom?
In een boek vind ik een folder van een hotel waar een onprettige sfeer hing en waar ik twee nachten onprettig ben verbleven. Waarom roept deze folder dan nu een gevoel van heimwee bij mij op? Heimwee naar daar en toen brengt mij voor vervreemding van het hier en nu.
Maar meer nog dan de reis die ik heb afgelegd mis ik het afleggen van de reis. Een constante beweging van aankomen en vertrekken. Overal waar ik keek nieuwe beelden om naar te kijken, volle aandacht voor alles om mij heen. Gevolgd door de vrijheid van vertrekken. Van afsluiten en los laten op weg naar een weer andere plek waar ik nog nooit was geweest. Verandering als constante waardoor ik deels kwam los te staan van mijn directe ervaring. En daarmee deels los kom te staan van mijzelf. Want waar ik ook was, ‘ik’ was overal. En zo kon ik mijzelf ervaren anders dan middels het beeld dat ik van mijzelf had of zocht. Toen ik los liet wie ik dacht dat ik was, voelde ik mij het meest mijzelf. En niet om mijzelf maar omdat ik zo dicht bij mijzelf zo ver kon kijken. Door de buitenkant van mijn directe ervaring heen zag ik betekenis en verbanden, emoties en intenties. Ik keek naar mijzelf, naar anderen, de natuur, naar patronen en concepten. Ik keek en vond vrijheid.
Een van de dingen die ik niet zag maar bemerkte was de invloed van een plek of plaats op mijn beleving. Een zware deken die over mij uit rolt als ik een kathedraal binnen loop. Ruimte, temperatuur, geur, geluiden, licht. Elke omgeving blijkt een kwaliteit uit te dragen die mijn beleving kleurt.
Welkom in Nederland! De Van Hallstraat begrenst de Westelijke zijde van mijn woonwijk. De straat is recentelijk opnieuw ‘ingericht’, opgebouwd in volmaakt spiegelbeeld vanaf een doorlopende vluchtheuvel in het midden. Aan weerszijden van deze veiligheidsmaatregel loopt een zware baan asfalt, strak als een biljartlaken, begrensd door een enkel rijtje rode bakstenen, iets verlaagd om het water op de weg af te kunnen voeren naar de putten die op vaste afstand van elkaar in de robuuste stoepen zijn verwerkt. Dan, een streep potaarde waar jonge heggenplantjes omhoog worden geholpen door een rijtje paaltjes waar een rechte lijn ijzerdraad over gespannen is. Een volgende rij bakstenen, rood om wit, markeert het fietspad. Ook geasfalteerd, nu in het rood, begrenst door de stoep van het trottoir en het trottoir zelf, een perfect patroon van kort, lang, kort. Vanaf daar rijzen hoge huizenblokken als een lange muur uit de grond. Meer bakstenen in een monotoon ritme langs de perspectieflijnen van de straat, naar het brandpunt in de verte recht vooruit.
Maar dit is niet de enige reden waarom mijn eerste weerzien met de Van Hallstraat zo’n surreële impact op mij maakt. Het is hier schoon, hygiënisch schoon. Deze openbare weg is schoner dan bijna elk huis of hotel waar op mijn reis verbleven ben. Geen modder, nergens bladeren of gebarsten tegels. Hier en daar wat zandkorrels die lijken ze te zijn gewassen en nu drogen onder de matgrijze hemel. Ergens schijnt de zon.
Overzichtelijk, geordend en schoon. Ik merk aan mijn lichaam dat het ontspant. Ik hoef niet constant oplettend om mij heen te kijken. Niet vanwege het schaarse verkeer anticipeert op mijn aanwezigheid maar vooral ook niet omdat één blik is genoeg om te weten, mentaal te kunnen construeren, hoe de rest van de straat eruit ziet. Alles is functioneel, er is al voor mij nagedacht. Niets hier vraagt om mijn aandacht. Niets dat prikkelt, niets dat stimuleert. Het straatbeeld roept geen andere beelden op, geen vragen of gedachten. De aandacht die overblijft wordt niet aangewend voor de analyse van patronen of concepten. Onuitgedaagd en tussen de damwanden waar ik tussendoor loop, stroomt mijn aandacht weg. Na mijn initiële verbazing verveel ik mij de rest van de vijf minuten die ik van de Van Hallstraat gebruik maak.
Het ‘straatleven’ prikkelt niet, de rest van mijn leven hier des te meer. Een baan, vrienden, familie, een sociale arena om mij in te presenteren. De stilte in mij wordt langzaam verdreven door alles wat ik denk dat ik moet. En moeten is duwen waardoor ik mijzelf steeds verder opjaag. Ik ervaar steeds minder tijd en dus begin ik te plannen. Plannen om mijn tijd efficiënter in te delen. Met de tijd die ik zo win kan ik weer meer doen van wat ik nog meer had gewild. Zo verdwijnt, in een exponentieel tempo, alle tijd die ik heb. Al stopt dat het willen niet. Want als ik nou nog iets beter zou plannen….
Toch ervaar ik nog steeds een stilte in mijzelf. Een stilte waardoor alles om mij heen geluid lijkt te maken zonder dat er iets echt lijkt plaats te vinden. De stilte maakt herrie en mijn rust levert onrust op. Het is niet leuk om een eeuwige buitenstaander te zijn. Ik wil ook hier weer thuis zijn. Ik voel dat ik moet kiezen maar wil dat niet.
Ik kan schrijven. Schrijven is een manier van uitdrukken en daarmee ook een manier van zijn. Ik schrijf vanuit m’n gevoel en moet dus steeds voelen om te kunnen schrijven. Mijn denken in dienst van mijn hart, al blijven mijn gedachten proberen de stroom te blokkeren. Maar terug, steeds weer terug. Wie schrijft, die blijft, hier.

Lieve Machieleke! (op z’n brabo’s ja),
Zo heeft iedere omgeving zijn eigen ervaring. Reizen is inderdaad het zien het ruiken, beleven, voelen, proeven, ervaren van het onderweg zijn….het is een komen en gaan….Dus: Kóm! En gá!
Wat heerlij dat je weer in de spreekwoordelijke pen bent geklommen. Ik miste jou ook: jouw verhaal, jouw onderweg zijn jouw fantastische manier van het beschrijven van je ervaringenn en wat die ervaringen met je deden. Wederom een stuk dat de spijker op zijn kop slaat! Briljante woordkeuzes en -samenstellingen….poëtisch! Je hebt gelijk, in Nederland zijn zelfs de zandkorrels gewassen. Maar is dat slecht? Nee ook Nederland kan jou op een gegeven moment ook wel weer prikkelen.Misschien wat harder zoeken langs die perfecte lijnen van scjhone straten en georganiseerde akkers. iets scherper focussen misschien? En inderdaad nóg beter plannen….dan hou je ook nog wat tijd over om de mooie dingen van Nederland te (door-)zien. Ga eens een dagje in Brabant wandelen joh! Schijnt heel mooi te zijn daaro
Maar af en toe een rustpuntje, in de Van Halstraat nokvoorbeeld, is ook niet verkeerd toch?
Dikke zoen uit Enugu!
Angelique
By: Angelique on 23 oktober, 2007
at 8:30 am