Gepost door: Machiel van Gogh | 1 augustus, 2007

Thuis in China

Van Xiahe terug naar de Chineze beschaving, Xining. Een grote Chineze stad met haar rug naar de woestijn en haar gezicht naar het Tibetaansplateau. Mijn hostel bevindt zich op de 18e verdieping van een woontoren. Fantastisch uitzicht, brandschoon en gratis internet. Het is het einde van de middag, het koelt iets af. De stad komt weer tot leven, de parken en pleinen stromen vol. Iedereen gaat zijn eigen gang. Het verkeer trekt door de straten. In de onder gaande zon zeil ik op mijn mountainbike van de heuvels van de stad. De wind wappert warm om mijn lichaam. Dit is het leven, in beweging, opnieuw ergens aangekomen, alweer een nieuwe plek, verlieft op het moment, vrijheid.

Dr. Wong van het Beijing Massage Hospital heeft mijn in Xining doorverwezen naar een arts in Xining. Ik sta op een stoep midden in de stad. Er wonen hier 3 miljoen Chinezen. Wie is de gene die ik zoek en waar? Ik weet niet eens waar ik ben. In mijn had een gescheurd papiertje met enkele Chineze karakters. Ik stap in de stroom. Ik knijp mijn ogen dicht en til mijn rechterhand boven mijn hoofd en wacht…
Een taxi stopt. Ik geef hem mijn papiertje. Ik wordt naar het academisch ziekenhuis van de stad gereden. Hier moet ik zijn gebaard hij. Ik stap de centrale hal binnen, kijk wat aangezet verloren om mij heen en.. “You needa da help sir?”. Een witte jas. Ik geef hem mijn papiertje. Het duurt anderhalf uur, een periode waarin ik mij o.a. ternauwernood weet te bevrijden van de hoofdarts pijnbestrijding die me enthausiast verzekerd mij van mijn klachten af te kunnen helpen. Misschien heb ik iets overdreven toen ik aangaf dat ik last had van mijn rug. Maar als ik haar kamer binnenstap weet ik dat ik haar gevonden heb. Ze is blind.
Haar handen op mijn rug voelen als de uitdrukking op haar gezicht, zacht en doortastend. Ze is stil, vriendelijk en verlegen bescheiden. Het geven en ontvangen van een massage is een bijzonder directe manier van communiceren. In haar werkkamertje staan slechts een bureautje, een massagetafel en een wastafel in de hoek. Met haar armen steeds ‘toevallig’ lichtjes voor zich uitgestoken loopt ze door de kleine ruimte. Ze heeft ze nodig. Want nog steeds bonkt ze overal zachtjes tegen aan. Het is net niet meer aandoenelijk.
De behandeling is klaar. Ze wil een vervolgafspraak maken. Mijn ‘tolk’ is weg. Hoe ga ik(!) praten met een blinde vrouw die geen Engels verstaat? Oke. Voorzichtig pak ik haar hand vast. Ze schrikt licht bij de eerste aanraking maar haar weerstand vloeit weg naarmate ik haar hand verder omhoog til. “Day!”, zeg ik nadrukkelijk en geef elf pulsen op haar hand. De 11e. We vermoeden allebij dat we elkaar begrepen hebben. “Time!”, en geef 4 pulsen op haar hand. Ze denkt na en, nee. 5 Pulsen. Ja, 17:00 is goed. Voor de zekerheid schrijf ik het op een papiertje. Ik laat de pen kort haar hand raken en laat het papier knisperen. Haar ogen kunnen niet zien maar doen het wel. Ik zie een lichte paniek. Dit kan ik niet lezen!! Ik houd het tegen haar hand en stop het in de zak van haar doktersjas. Ah, ze snapt het. Iemand anders kan het straks aan haar voorlezen. Ik zou willen dat ik die persoon kon zijn. Mijn ogen ook voor haar, voor altijd. Voor haar zorgen zoals zij voor anderen zorgt, met heel haar hart … in stilte.

Tijdens de voorbereiding van mijn reis ben ik in contact gekomen met twee Amerikaanse jongens die jaren door en rond Tibet hebben gereisd en nu hun eigen reisbureautje zijn gestart. Ze zijn net een jaar bezig en wonen hier met hun vrouw en kinderen. Ze zijn erg ontspannen, ternauwernood georganiseerd, bijzonder vriendelijk. “Yeah dude, like, what ever man, go for it!” Via hun ga ik een track maken rond een van de 4 meest heilige bergen in Tibet. Dat betekend dat ik hier nog een aantal dagen heb, terwijl in deze stad verder niets bijzonders te doen of te zien is. Ik doe mijn wasje, doe wat boodschappen en bezoek ‘mijn dokter’ om de dag. Het heeft iets gezelligs. En dat geldt eigenlijk voor mijn hele reis. In tegenstelling tot mijn vorige reis kom ik overal aardige of interessante mensen tegen, ben ik even onderdeel van een bestaande of spontane groep. Bill, een van de Amerikaanse jongens, nodigt me uit. Vanavond is de opening van het restaurant van een van zijn vrienden.
“Supposed to be really cool man. Supposed to have the best coffee in town man” zegt hij met hoge wenkbrouwen en heftig knikkend met zijn hoofd. Ook als hij uitgesproken is blijft hij met grote ogen met zichzef instemmend door knikken.
“Great. Thank you. I’d love to come.”
“Yeah, coool!”.
Ik word verwelkomt als ‘vriend van’ en we drinken tot laat in de avond heerlijke biertjes. Daarna op de fiets slingerend…naar huis.


Reacties

  1. Lieve Machiel,
    Wat bijzonder om met je mee te lezen en jouw ervaringen te delen.
    Ik wens je een hele geode tijd met Lisette,
    liefs Beate


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën